Samenkomen in de Opperkamer
Contact

Voor vragen, informatie en ervaringen nodigen wij u uit ons te e-mailen.

info@samenkomenindeopperkamer.nl

9 Februari 1953

Lieve vrienden,

Wij heten U welkom in ons midden, vanavond, als telkens weer, wanneer wij direct dit contact mogen hebben met U.

Wij zeggen: welkom in ons midden. Dat heeft een bepaalde bedoeling. Wij voelen het inderdaad, dat Gij omvangen zijt, omringd, omcirceld, ingesloten, in een grote kring van vrienden uit onze spheer.

Wij zien ze, wij kennen ze, wij weten wie zij zijn. En denkt Gij nu niet, dat Gij zelf vele van de aanwezigen kennen zoudt, indien Gij hen zien kondt zoals wij ze zien.

Denkt niet, dat er vele dierbaren hier met U en ons samen komen! Omdat op deze uren een band gelegd wordt, een keten gesmeed wordt, waarlangs wij, die meeder licht hebben dan Gij in de aardse spheer, af mogen zenden onze gave van groter inzicht. Er zijn immers velen aan deze zijde, die gaarne willen getuigen. En een andere getuigenis, dan via U als instrument, is ons niet mogelijk.

Wij willen gaarne, dat dit contact levendiger wordt, intenser, meer beleefd door U en ons, opdat wij gezamenlijk arbeiden kunnen, – hetzij dat Gij wilt zijn zuiver het ontvangst-apparaat en doorgave-station, hetzij dat Gij geïnspireerd moogt worden tot grotere daden en andere inzichten, dan die welke binnen het bereik van Uzelf gebleven zijn tot nu toe.

Wij willen allen één worden met den Vader, opdat Hij in ons contact ook Zichzelf demonstreren moge. Dat is het doel waarvoor wij samen komen. Dat is bekend; dat is bekend in Uw spheer, in Uw kleine kring, maar in onze spheer in veel grotere kring. Dat verzekeren wij U.

Gij hebt allen een schat van liefde in onze spheer. Gij hebt die.... onverdiend. Het is het natuurlijke gevolg van de verbondenheid met diegenen, die voorgingen naar onze spheer. Gij hebt daar die grote gave opgestouwd van liefde. Een kracht, waaruit Gij putten moogt.

Besef dit toch, lieve vrienden, dat Gij door liefde gedragen wordt. Liefde, die is afkomstig van den Vader zelf. Niets daarvan kan ooit verloren gaan. Datgene, wat eenmaal in liefde gewekt is blijft bestaan. Zo hebt Gij die liefdekracht aan onze kant. En wij willen U daarvan telkens meer en meer ter beschikking stellen. Want onuitputtelijk is die schat. Dat willen wij U nog eens uitdrukkelijk verklaren. Gij hebt U slechts open te stellen. En wat U toevloeit is de kracht van het leven zelf.

Wij spraken de vorige keer dat wij samen waren, over harmonie als basis van verbondenheid, die leiden zou en leiden moest tot éénwording, éénheid met den Vader zelf, in allen en in alles. Daarover zouden wij veel meer kunnen en willen spreken. Een enkel woord past daarover nu.

Wij hebben gesproken alsof die eenheid, die eenwording, eerst bereikt kon worden nadat verschillende stadia van het Zijn doorlopen waren. Dat is niet waar. Wij hebben dit slechts gezegd om U duidelijk te maken hoe de groei  in het bewustzijn is, de bewust-wording. Maar in feite ligt “eenheid” ten grondslag aan alle Zijn. Alle Zijn, dat afkomstig is van den Vader zelf: dat uitdrukking is van Zijn wezen, gedragen door Zijn kracht, dat Zijn leven openbaart. Dat kan immers niet anders dan éénheid wezen. Die ligt ten grondslag aan het Zijn.

Maar “bewustheid” daarover hebben, dat is de opgave in het leven. Dáárom gaat het voor U: te weten, dat éénheid de basis vormt van alles wat leven heeft. Dat is iets, wat bewust moet worden voor ieder van ons persoonlijk.

Wij hebben ook verklaard – en dat zijt Gij volkomen met ons eens – dat de éénheid slechts kan zijn: uitdrukking van het wezen van de Liefde. Eénheid, liefde, zien wij als synoniem. Liefde zien wij in alles, als uitdrukking van het wezen van den Vader.

Wanneer de mensen trachten te benaderen, dat God geest is, dan slagen zij niet. Dat te benaderen en te bevatten gaat boven de verstandelijke vermogens. Gij komt een heel eind – wij weten het wel –. Gij kunt aanvaarden willen, zeer zeker en dat doet Gij ook, maar eerlijk gezegd: Gij noch wij, zijn in staat dit in alle volheid te begrijpen.

Wij komen verder, veel verder, wanneer wij beseffen mogen, dat God is Liefde. Houden wij hieraan vast! Hij heeft liefde – Zijn eigen wezen – in ons gelegd, in al wat leeft. Zijn liefde is het, die verwekte al wat leven mag. Opdat Hij Zijn liefde openbaren mocht, opdat Zijn schepping erkend mocht zijn als de schepping van liefde.

En nu weten wij het. Wij zeggen dit woord met de grootste stelligheid. Zeker – en wij houden het vast en wij houden het U voor – zelfs nu terwijl Gij spreekt van rampen en verlies.

Liefde wekt vertrouwen. De vrucht van bewustzijn van liefde is vertrouwen. Dat kan niet anders. Slechts wanneer Gij liefde kent, kent Gij vertrouwen. Vertrouwen is niet een zaak van berekening, van koel overleg, van hersenwerk. Het is ook niet een gevoelszaak. Het is de vrucht van liefde – als levensbasis.

Hebt Gij liefde, dan hebt Gij vertrouwen. Kent Gij liefde als openbaring van het wezen van God, dan hebt Gij vertrouwen in Hem – dat Hij liefde is. Blind vertrouwen – naar menselijke maatstaf gemeten blind – maar niet voor het wezen dat liefde voelt als de drijfveer van zijn bestaan. Voor die mens is vertrouwen een natuurlijk element.

Wij willen gaarne, allen van ons, begrijpen.

Begrijpen is niet alleen benaderen met onze hersenen. Begrijpen is méér. Gevoelen gaat reeds vooraf aan het denken. Maar.... begrip is mogelijk van wat God is en van wat Hij wil en van wat Hij doet, doordat wij Hem benaderen leren, langs dezelfde weg waarlangs Hij ons benaderd heeft.

Dat is de weg van Liefde. Zijn liefde, die ons schiep, Zijn liefde die ons roept tot bewustzijn, omdat Hij erkend wil worden door ons. Hij geeft, Hij roept, wij kunnen slechts stil zijn – en zò antwoorden. Uitsluiten dat prachtige, vernuftige hersenwerk. Het stil laten zijn, opdat Hij, langs het pad der Liefde, tot ons spreken zal.

Lieve vrienden, wat wij zeggen tot U vanavond is niet alleen bedoeld in het verband met een ramp die over Uw land gekomen is – of met een persoonlijk verlies, dat Gij geleden hebt, of met nog meerdere verliezen die ongetwijfeld volgen zullen.

Dit is een les voor de toekomst. Het is nodig, dringend nodig dat er vele groepen van mensen zijn, die inderdaad kómen – persoonlijk en gemeenschappelijk – tot het ter zijde stellen van het denk-vermogen, dat een mechanisch functie in het lichaam verrichten kan. Het is nodig, dat er mensen en groepen van mensen zijn, die stil leren worden. Stil worden, opdat God – die Geest is, God die Zich vooral geopenbaard heeft als liefde – tot ons spreken gaat.

Hij spreekt een duidelijke taal. Wij mogen daarvan getuigen.

Wanneer wij en Gij stil zijn – zó stil, dat wij het vragen terzijde stellen én het uitleggen – wanneer wij andere ontvangst-apparaten in werking stellen dan het verstand, wanneer wij onze ziel open stellen en stil zijn.... dan spreekt de Eeuwige, met Wien wij verbonden zijn.

Het is bepaald nodig in deze tijd, dat daaraan aandacht wordt gegeven in Uwe spheer. Er is gróte aandrang uitgeoefend op de menselijke spheer, op velerlei plaats, in velerlei kring, dat onze aardse vrienden samenwerken zouden met ons – in stil zijn, opdat wij geleerd mogen worden.

Geleerd? Van wat? Bekend worden, met wat? .... De eeuwige wetten van Liefde! Iets anders is er niet te leren.

Dat liefde ten grondslag ligt aan alle Zijn is vaststaand. Dat liefde zich openbaart in iedere uiting van het gebeuren, is zeker. In vertrouwen en gerechtvaardigde verwachting stil-zijnde, zullen wij de wetten zich aan ons persoonlijk zien openbaren.

“Vertrouwen” is de basis, als het gevolg van de wetenschap dat wij éénheid hebben met God, in Zijn wezen, dat Liefde is. “Verwachting” die is gerechtvaardigd, zeer zeker. Want wij, kleine nietige wezens zijn óók de openbaring van de Allerhoogste, van alleleven. Alle kracht, alle macht, alle liefde vloeit uit naar ons. En wil, door ons, verder stromen.

Dat moesten wij U vanavond zeggen.

Sta niet stil bij datgene wat klein is. Weet het.... en heb ermede afgedaan! Grijp naar boven, grijp naar hethóógste.

Hoe komt de Vader U tegemoet! Hoe is het telkens weer mogelijk dat Hij niet beschouwt het gebrek aan vertrouwen, maar zelfs het kleinste vertrouwen nog beschamen gaat! Dat is zekerlijk Uw ervaring ook, zoals het de onze is.

Er zijn in onze spheer velen, zeer velen, die met ieder van U persoonlijk verbonden zijn gebleven, doordat Gij en zij éénheid kent, inde liefde. Zij willen gaarne van hun kant met elk van U persoonlijk in overleg treden. En denkt niet, dat het onmogelijk zou zijn of slechts het voorrecht van enkele bevoordeelden. Geenszins is dat zo. Wanneer Gij inderdáád stil zijn en luisteren wilt, dan komen die vrienden, die geliefden, in den naam van den Vader tot U. Dan geven zij U door, wat zij hebben aan licht en aan kennis.

Gij moet een school doorlopen, zoals wij. Gij kunt niet in één schrede tot het Allerhoogste komen. Dat te bereiken vereist voorbereiding. Heeft Mozes het niet gezegd, dat niemand voor het aangezicht van God verschijnen kan en niet vernietigd worde? Zo is het, mijne vrienden. Verschijnen voor den Vader.... kan men slechts wanneer de Vader een volle Heerlijkheid in ons bereikt heeft.

Hij roept ons daartoe. Hij leidt ons daartoe op. Wij mogen gaan, stap na stap. En van Heerlijkheid tot Heerlijkheid!
Kenden wij slechts de volle kracht van wat gebeuren gaat! Kenden wij slechts de nood om ons volkómen in te zetten, in te laten schakelen bij het grote werk, dat is: de uitvoering van het scheppingsplan.

En toch, wat gevraagd wordt is niet grootscheepse activiteit. Dat is juist wat het voor velen zo moeilijk maakt. De drang is ernaar om juist áctief te zijn, waar men pássief moet wezen.

Gij begrijpt mijn woorden wel: in de stilte heeft ook arbeid plaats. En de tijd is niet ver meer, dat de wetenschap – die in de stilte doorgegeven kan worden – ook in de activiteit van het dagelijks leven een plaats vervullen gaat.... In openbaarheid, met erkenning van de herkomst. Duiden niet alle gebeurtenissen in Uw wereld erop, dat grotere belevenissen voor het mensdom aanstaande zijn?

Bereidt U er op voor! Niet alleen voor Uzelf, maar omdat Gij deel moogt hebben aan de vervulling van het plan van God.

Daartoe roepen wij U op. Dat is ons voorrecht, dat is onze táák. Wij hebben een taak aanvaarden mogen, die betrekking heeft op U. En op anderen! En Gij zijt ingeschakeld. Gij hebt een plaats te vervullen – ieder voor zichzelf.

Wilt Gij niet, dat de leidslieden en de vrienden in onze spheer U persoonlijk ter hand mogen nemen en U persoonlijk hun leiding en raadgevingen mogen doen gevoelen? Opdat Gij deelgenoot mocht worden van het meerdere licht, dat zij ontvingen.... om dóór te geven. Want niemand ontvangt het om voor zichzelf te behouden.

Vrienden: onze woorden vanavond zijn genoeg geweest. 

Dankbaar zij wij voor de volledige aandacht, die Gij hebt willen geven.

En van hier gaat Gij verder! Gij wordt verder geleid. Ieder een eigen weg. Ieder een eigen taak, een eigen deel van het geheel.

Zo is het. Verwacht – met gerechte verwachting.... indien Gij het vertrouwen kunt opbrengen.

En hoe zoudt Gij daarin falen? Want Gods liefde leeft en werkt in U.

Wij danken U.

Amen.