Samenkomen in de Opperkamer
Contact

Voor vragen, informatie en ervaringen nodigen wij u uit ons te e-mailen.

info@samenkomenindeopperkamer.nl

18 Mei 1953

DEMETRIOS, de dienaar van U allen, komt opnieuw tot U – met de woorden van vertroosting en van hulp, die spreken uit de ervaring van meerder licht en groter en verdiept inzicht, waardoor het werk van den Meester op aarde onder Ulieden gediend wordt.

Wij komen opnieuw tot U met de woorden van het Boek, dat Gij kent als het Heilig Woord van God;

VERVOLG DE LIEFDE ALS UW DOEL, JAAGT DE LIEFDE NA.

Daaromtrent spreken wij heden met U.

Wij hebben gesproken op de avonden waarop wij samen gekomen zijn in deze opperzaal over veel wat uitdrukking geeft aan ons verlangen U te dienen. Wij hebben U gesproken van liefde en grootheid en kracht en macht als de kenmerken van het wezen van onze Vader, God-zelf in U en in ons.

Wij hebben niet geaarzeld U óók te spreken over de andere kenmerken van den Vader, die wij in de aardse sfeer zien als tegenstellingen tot datgene wat genoemd werd liefde, kracht, schoonheid, macht – en toch óók weer: de Vader-zelf, die het gemaakt en gesteld heeft, opdat Hij gekend zou worden.

Een waarachtig vreemde gedachte voor velen in Uw sfeer en toch – wanneer Gij met ons in deze denkwijze U verplaatsen wilt – niet onbegrijpelijk, nietwaar?

Wij hebben gesproken, de vorige maal dat wij samenkwamen, over het woord “Karma,” dat veelal verkeerd gebruikt wordt in Uw sfeer; over het ontvluchten van de werkelijkheid des levens in een begrip, dat thans veelal – doch ten onrechte met dit woord “Karma” wordt aangeduid – een noodlotsbesef, dat is overgebleven uit vele voorbijgegane geslachten. Inderdaad, zo spraken wij met U.

Het is goed dat wij heden hier verder op mogen ingaan. Het onderwerp waarover wij reeds de vorige week gesproken hebben is geenszins afgehandeld en uitgeput. Hetgeen wij toen gesproken hebben is slechts bedoeld geweest als een begin, een korte inleiding, nodig omdat wij komen tot het punt waar wij dieper graven moeten om dichter bij de kern te komen.

Wij hebben tot nu toe veel gesproken op een wijze die wij in onze sfeer zien als aan-de-oppervlakte-blijvend. Wij hebben gesproken in de trant van denken en van spreken zoals past in Uwe sfeer, onder Uw tijdgenoten. Men heeft in de aardse sfeer veelal wel begrip voor datgene wat tot dusverre in deze opperkamer gesproken werd. Men wil dit wel aanvaarden, men heeft er gevoel voor, inderdaad. Maar wij voelen nu de noodzaak om dieper te gaan, onder de oppervlakte te komen en te benaderen de kern.

Dat is iets wat geschieden zal en geschieden moet op een wijze, die wellicht niet voor allen onder U aangenaam of zelfs aanvaardbaar is. Dat kan zo zijn, want wij spreken uit de ervaring die uitgaat boven de ervaringen in Uw sfeer en velen onder U, vrienden in de aardse sfeer, hebben nog de verbondenheid met het stoffelijk-Zijn als eerste noodzaak. Uw geestelijk en hoger bewustzijn is nog geenszins voldoende vrij gemaakt om U te verheffen bóven het Zijn in de stoffelijke wereld. Willen wij van hieruit en vanuit de ervaringen, die wij opdeden in de geestelijke toestand waarin wij leven, met U verdergaan, dan moeten Gij en wij in staat zijn een middenweg te bewandelen.

Wij komen U tegemoet en Gij komt tot ons met Uw denken, met Uw Zijn. Gij poogt bij ons te komen en Gij weet dat wij om U heen zijn en trachten U op te trekken tot dáár, waar ons wezen, het Uwe en het onze, een gelijke basis vinden kunnen.

Wij zouden U weinig goed doen, indien wij ons bezig hielden met de gebeurtenissen van Uw leven van elke dag. Wij zouden van weinig nut voor U zijn, indien het gesprek, dat wij met U voerden ging over de gebeurtenissen in Uw tijdelijk-Zijn. De kleine zorgen van het stoffelijk bestaan, neen.... daarvoor hebt Gij onze tegenwoordigheid in deze vorm geenszins nodig.

Wij komen tot U omdat wij opdracht hebben U op te trekken, U vertrouwd te maken met de lessen die wij hier geleerd hebben. Wij mogen U doorgeven datgene, wat de vrucht is van meerdere ervaring, van hoger en dieper inzicht, van meerder licht, van grotere verlichting.

Dááromtrent spreken wij met U. Dát trachten wij U door te geven.... in een taal, die ongeschikt is voor hoogere waarden, voor diepere geestelijke inzichten. Maar wij trachten ons aan te passen bij het taalgebruik, dat – hoe gebrekkig ook – nog steeds moet zijn voor U en voor ons het medium, waardoor wij elkander moeten verstaan.

Indien onze woorden en uitdrukkingen tekort schieten om U voldoende duidelijk te maken datgene wat de bedoeling is, dat U duidelijk gemaakt wordt, dan vrezen wij niet dat onze woorden en onze pogingen vergeefs zijn. Want wij spreken hier in een kring van verschillende menselijke vrienden in de stoffelijke wereld, wier wezens verschillen, zoals hun uiterlijk verschilt. Wij hebben hier een kring van vrienden die eenswillend zijn, maar voor wie het punt van uitgang op verschillende niveaux en verschillende terreinen ligt. Hiermede moeten wij rekening houden. Wij moeten trachten U gezamenlijk mede te voeren naar die middenweg, waarop wij elkander ontmoeten kunnen op voet van gelijkheid. Dit is voor ons dikwijls een moeilijk te ondernemen poging, maar wij slaagden hierin tot nu toe en wij gaan verder – in het vertrouwen en in de hoop dat wij gezamenlijk, gedragen door de motieven die ons steunen en schragen, ook verder kunnen gaan.

Wij hebben gesproken over hetgeen in onze vorige bijeenkomst werd behandeld. Wij willen zo gaarne dat Gij – ieder van U persoonlijk – in Uw gedachten terug gaat een lange weg; dat Gij U gaat indenken hoe het geweest is in de oude tijden, toen men nog niet de boodschap van den Meester, den Christus, kende. Nógverder terug wensen wij dat Uw gedachten zullen gaan. Denkt aan de tijden toen het vernemen van de wind voor het menselijk wezen inderdaad was het horen van de stem van God. Denkt aan de tijden toen rampspoeden en onheil een duidelijker taal spraken voor het menselijk begrijpen dan voorspoed en zonneschijn; toen men meende de hand van God het duidelijkst te zien in rampspoed en onheil. Denkt aan de tijden toen de regen neerkwam als Gods erkende gave om de vruchtbaarheid te wekken die slapende was in het land. Denkt aan de tijden toen de zonnestralen spraken van de grootheid van Hem, Die alles beheerst. En denkt dan aan het heden. Ziet Ge de weg die het mensdom geleid werd? Ziet Ge hoe groot de verschillen zijn tussen toen en thans?

Wij denken nu in het bijzonder aan het begrip omtrent het wezen van God den Vader. Zijn stem klonk in het ruisen van de wind – zoals het thans ook doet. Zijn zegen daalde neder in stromen van regen. Zijn warmte blonk in de stralen van de zon. En welvaart kwam van Hem zo goed als tegenspoed.

Zo is het ook thans. Maar.... Gij en wij, wij hebben leren verstaan het woord, dat God is Liefde. In de oudheid, in die oude dagen – toen men het begrip van God slechts kende bij de beelden uit de natuur, die wij U noemden – toen heeft men, uit eigen wezen puttende, de kracht en de macht van de Godheid allereerst gezien in wat rampspoed en onheil bracht. En men heeft bezweringen opgesteld.

Zo was het, mijn vrienden, en zo is het ook nu nog in vele ongecultiveerde gebieden. Men kent een “God der wrake.” En daarvoor heeft men verering gehad. Gij en wij noemen God: “onze Vader.” Ziet Ge hoe ver reeds wij gekomen zijn? Ziet Ge reeds hoeveel dichter wij genaderd zijn tot de werkelijkheid? Men heeft voor God geen angst meer wanneer men Hem “Vader” noemen mag! Men kent Hem als de Liefde-zelf, wanneer men Hem als eigen kind benaderen gaat. Die Liefde – die Zijn wezen is – die is het wat ons met Hem én ons met elkander verbindt.

Hoe hebben wij God die Liefde is, leren kennen? Het is goed na te gaan hoe in het verloop der historie het begrip van de Godheid en van de attributen van de Godheid gegroeid en langzaamaan gerijpt is. Het is goed om te volgen de ontwikkeling der volkeren en der rassen en te zien hoe – met het groeien van het besef, dat God niet alleen was angstaanjagend en verschrikkelijk, maar ook groots in de schoonheid van de Liefde – de volkeren zich in culturele zin ontwikkeld hebben. Wanneer de angst wijkt en plaats maakt voor eerbied en voor het besef dat Liefde overheerst, dán volgen de vruchten daarvan zowel in het bestaan van de enkeling als van het volk.

De Vader heeft geduld gehad met ons, Zijn kinderen. Hij voerde ons langs gemakkelijke wegen om Hem te leren kennen. Van de duisternis van angst, tot het licht van weten.

Nu zijn wij gekomen tot het woord waarmede wij vanavond onze bespreking aanvingen. MAAKT DE LIEFDE TOT HET DOEL VAN UW LEVEN. JAAGT DE LIEFDE NA.

Jazeker, goede vrienden, daarin ligt nog altijd het geheim van vooruitgang besloten. Zoals het was met de volkeren der oudheid, die bevrijd werden van angst en vrees! Waar deze eigenschappen vervangen werden door verering, respect en waar langzamerhand de liefde in de plaats trad van wat vroeger vrees en angst had aangejaagd, daar viel vooruitgang waar te nemen. Zo is het heden nog, bij U en bij ons.

Wanneer wij spreken over de “portalen” van pijn, van zorg, van schande wellicht in menselijk opzicht, waardóór men in moet gaan tot de verzadiging van vreugde – wanneer wij zeggen dat die moeilijke ervaringen óók de liefdehand van God aantonen en door Zijn wezen van liefde op onze weg geplaatst werden – dan kunnen wij dat eerst begrijpen wanneer wij in grotere liefde het wezen van den Vader benaderen leren.

Wanneer God en wij groeien in de liefde en de liefde in ons, dán leren wij God in Zijn grootheid en in Zijn wetten verstaan. Dán groeien wij; dan worden wij verder ontwikkeld! Gij en wij moeten de liefde vervolgen als het doel van ons Zijn en uitsluitend langs die weg kunnen wij vooruitgang beleven.

Het schriftwoord dat wij aanhaalden, vervolgt met te zeggen: “en zoekt de geestelijke gaven.” Wij menen, dat deze woorden slecht gekozen zijn om uit te drukken wat het gevolg moet zijn van het najagen van de liefde als hoogste doel. Want alle geestelijke gaven kunnen slechts dan volgen wanneer wij, vooruitgaande op die weg, het liefdesdoel vervolgen.

Stelt de liefde als het enige doel van Uw leven! Dan is er vooruitgang – in ieder opzicht – en de geestelijke gaven, die in het wezen van een ieder van U slapen - zullen tot onwikkeling komen en opbloeien.

Hoeveel is er gesproken en geschreven over de liefde! En hoevelen hebben werkelijk de liefde zelf als doel gekozen?

Wanneer Gij en wij dit volledig en consequent willen doen, betekent dit een ommekeer in ons Zijn.

Wij hebben op vele avonden dat wij samen gekomen zijn hier, op deze plaats met U gesproken over de noodzaak om liefde te vervolgen. Op velerlei wijzen is U dat tevoren reeds door ons voorgehouden. Wij hebben met U gesproken over harmonie en eenheid; over de vrede die nodig is beseft te worden als het centrale punt van ons bestaan; wij hebben steeds weer U voorgehouden dat liefde het enige is wat blijft: liefde “die nimmermeer vergaan kan” omdat zij Goddelijk is, het énige Goddelijke dat wij bezitten, het enige Goddelijke dat ons verbindt over het graf, het enige dat ons en U samenbrengt en samen houdt.

Maar wanneer liefde wordt gesteld als doel van ons Zijn.... hoe radicaal zijn dan de veranderingen in ons gehele wezen! Wij spraken met U de vorige maal dat wij samen kwamen, ook over de noodzaak om het hogere-Ik, het Goddelijke in ons, vrijheid te geven om zich te ontwikkelen. Thans noemen wij daarvoor een andere naam: De Liefde – die in U gelegd werd, die moet vrij gemaakt worden!

Goede vrienden, wij kwamen in den beginne samen omdat er onder U een gedachte was, dat in Uzelf een mogelijkheid lag tot verdere ontwikkeling op geestelijk gebied. Dat bracht U en ons hier samen. Wij kwamen samen – Gij zocht het contact met ons en wij met U – omdat er de mogelijkheid is, dat een ieder van U de geestelijke gaven die in U zijn, tot ontwikkeling zal zien komen.

Welnu, hier is het antwoord op Uw vraag: Jaagt de Liefde na! Stelt de liefde in het centrum van Uw leven en richt U op het centrum alleen! Gaat zo Uw weg. Vervolgt zo het pad dat Gij gaan moet. Laat liefde Uw doel en Uw richtsnoer zijn. Laat liefde U leiden en het doel zijn waarheen Gij gaat. Gij kúnt niet verkeerd gaan. Wanneer Uw wezen wordt vervuld van de liefde-zelf, het wezen Gods in U.... hoe kunt Gij dan wankelen, falen of verdwalen?

Goede vrienden, wij wilden U vanavond deze woorden toespreken omdat – wanneer wij verder gaan op het pad tot ontwikkeling, het pad dat Gij en wij bewandelen willen om tot hoger en dieper inzicht te geraken – het nodig is dat wij U niet theoretische waarheden verkondigen, maar dat wij telkens en telkens weer U het middel aan de hand doen om deze waarheden te bewijzen in U zelf.

Wanneer wij spreken over de mogelijkheden die er zijn, dan moeten onze woorden niet zijn een abstracte gedachte die uitgesproken wordt en waarover Gij zult zeggen: dit was leerzaam en interessant. Neen goede vrienden, dat is immers geenszins het doel waarvoor wij hier samenkomen. Wij kwamen hier en komen hier omdat Gij de goede gaven die in U zijn ontwikkelen moet. Welnu, hier is het antwoord op Uw vragen: Jaagt de liefde na.... en de geestelijke gaven zullen ontwikkeld worden.

Wanneer Gij het woord van de grote Paulus leest, dan zult U bemerken, dat zijn geschrift spreekt over profetieën, over de kracht tot genezen, over het spreken in vreemde tongen, en dergelijke gaven. Maar.... wellicht is het niet Uw weg in dit bestaan, dat Uw geestelijke gaven op dergelijke terreinen ontwikkeld worden.

Gij staat in een tijd waarin Uw geestelijk contact zich in de stoffelijke wereld manifesteren moet op velerlei wijze. Welke dat voor ieder van U persoonlijk zijn moet, is niet aan ons ter beoordeling. Maar, wanneer Gij de handen aan de zieken oplegt en genezing blijft uit.... wanhoop niet! Dat zou dan wellicht Uw gave niet zijn. En wanneer het spreken dat Gij verrichten moet plaats vindt in Uw eigen taal en niet in “vreemde tongen,” het hindert immers niet! Zolang Gij spreken kunt van de liefde die in U is, hebt Gij Uw taak volbracht. Wanneer Gij in liefde behoeftigen tegemoet treedt en hun Uw liefde toedraagt, gelooft het toch goede vrienden, dan geeft Gij het beste wat in U is, dan geeft Gij van het goddelijke dat in U werkt.

De tijd waarin Gij leeft op de aarde vereist grotere liefde dan ooit tevoren en wanneer Uw wereld vervuld mag zijn van wezens als Gij, die gedreven en gedragen worden door de liefde, het wezen van den Vader zelf, dan kunnen wij van onze sfeer uit samenwerken met U, bewust en krachtig, opdat de Aarde vol worde van de heerlijkheid Gods.

God zegen U.

                                                                              

Amen