Samenkomen in de Opperkamer
Contact

Voor vragen, informatie en ervaringen nodigen wij u uit ons te e-mailen.

info@samenkomenindeopperkamer.nl

6 April 1953 (2e Paasdag)

HIJ IS WAARLIJK OPGESTAAN!

Ja, goede vrienden, dat is wat in deze dagen door ons allen wordt beseft en belééfd.

Niet slechts als een herinnering – maar als een volledige en heerlijkewerkelijkheid!

Zo wordt het in onze spheer gevoeld. Het bewustzijn hiervan vervult ons en draagt ons.

Het is een werkelijkheid, ook voor Uw spheer. Een werkelijkheid niet slechts in algemeenheid, maar voor ieder van ons persoonlijk.

CHRISTUS IS WAARLIJK OPGESTAAN

Na de kruisdood volgde de opstanding tot Heerlijkheid! Hoe zouden wij hierover kunnen zwijgen vanavond?

Wij willen trachten U enigszins duidelijk te maken, welke de betekenis is van hetgeen ons in deze dagen zo nauw verbindt.

Heden zijn wij met U verbonden in de herinnering aan het feit, dat het plan van God voleindigd werd voor ons, Zijn kinderen, en alle mogelijkheden binnen ons bereik gebracht werden. Het graan viel in de aarde en stierf, opdat het veel vrucht zou voortbrengen. Aan deze herinnering, aan deze beleving van wat geschiedde zo lang geleden, zijn voor ons véle gedachten verbonden.

Wij willen allereerst stil staan bij wat het opstandingsfeest voor onszelf betekent: de laatste vijand die teniet gedaan werd, de heerlijkheid van het eeuwige leven, die geopend werd, die binnen ons bereik niet alleen gebracht werd, neen, waarin wij in mogen gaan.

Zeker, maar laat ons toch denken aan het woord van den Meester: “wie achter Mij kome wil, die neme dagelijks zijn kruis op en volge mij.” Zó gaat onze weg, die voert naar het Eeuwige Leven. Een weg, die wij vervolgen, nu nog, met het teken des doods: het symbool van het Kruis. Zó rijzen wij, op het pad dat voert naar het Eeuwige Leven. Het Kruis is ons nóg opgelegd. En het is de zegen die wij dragen moeten en mogen, het Kruis, waaraan wij sterven mogen om te verrijzen-in Hem en met Hem.
Goede vrienden, het Leven is een gang van hoogtepunt tot hoogtepunt.

Men kan voor deze hoogtepunten velerlei namen bedenken. Men spreekt in veel kringen over “initiaties.” Goed, het woord is minder belangrijk, wij begrijpen elkander.

Wij gaan van hoogtepunt tot hoogtepunt! En telkens – wanneer wij rijp gemaakt zijn voor de volgende fase in onze ontwikkeling – kan dat geschieden slechts nadat wij inderdaad de dood geproefd hebben. Nadat wij inderdaad gestorven zijn! Om op te rijzen en verder te gaan de volgende stap.

Zo raken wij vervreemd van wat het meest-eigene geleken heeft. Zo raken wij ontdaan van alle omhulsels. Opdat tenslotte de kiem van Leven-zelf slechts overblijft. En leven kan om vrucht te dragen.

Ja inderdaad, het overwinningsleven, het gaan van hoogte tot hoogte, is een glorierijke gang. Een gang, die voert van kruisiging tot kruisiging!

Hoe wonderlijk is het voor U – en voor óns somwijlen ook – om te bedenken, dat het sterven – het sterven aan onszelf – de heerlijkheid is en.... de nieuwe geboorte! Het sterven aan ons-zelf! Het wegvallen van al wat het meest-eigene geleken heeft. Opdat het eeuwige-in-ons vrij uitgroeien mag en vrucht mag dragen!

Goede vrienden, wij zeggen U niet te veel wanneer wij menen, dat dit sterven-aan-onszelf telkens een kruisiging is. En de tijden komen wanneer de ongelovigen hun handen leggen zullen in de wonden, die óns geslagen worden bij die kruisiging van het Zelf, opdat zij geloven zullen.

In Uw wereld herdenkt men het lentefeest. De nieuwe geboorte in de natuur. Het is goed. Leerde men toch duidelijker verstaan de symboliek en samenhang van alle dingen, die God de mensen ter lering gaf! Hoe zou men Hem beter leren verstaan! Maar men mag niet stil staan bij het feit van het voorjaar, de lente, de nieuwe geboorte in het natuurlijke leven. Dat is onvoldoende. Gij en wij – die weten dat in ons lééft het eeuwige leven zelf, dat wij zijn vorm van de Eeuwige Gedachte, een uitdrukking van het Eeuwige Wezen – wij wéten dat Hij lééft, in ons, dóór ons en wij in Hem. En – wanneer wij onzen weg gaan van hoogtepunt tot hoogtepunt en stil staan kunnen wij niet, wij moeten verder gaan, als wij niet verder gaan, dan zouden wij dreigen terug te vallen – op dien weg gaan wij van heerlijkheid tot heerlijkheid. Omdat wij inderdaad de weg vervolgen van het Kruis. Telkens weer mogen wij, in óns Zijn, beleven, datgene wat Hij ons voorhield en waarin Hij ons voorgegaan is, opdat Zijn werk in de Cosmos voltooid zal worden!
Leert toch denken en zien in ruimere termen dan het eigen ik, dat nog zo nauw met het stoffelijke verbonden is. Ziet Uzelf als bouwers van het heelal! Want dat zijt Gij toch! Gij hebt deel, door het Goddelijke in U, aan de voltooiing van het werk van de Schepping, dat de Vader in ons allen gelegd heeft!

En door ons voleindigt Hij Zijn werk. De laatste bouwsteen werd door Hem aangebracht van het plan. Aan ons is het om het plan uit te voeren. Aan ons is het om die werkelijkheid van het Eeuwige Leven uit te dragen. En te bewijzen, als het ware – indien dat nodig was. Maar neen, wij moeten het léven; het Eeuwige Leven moeten wij léven. Zó dat het gezien kan worden. En vandaar dat ons de wonden geslagen worden. Vandaar dat wij sterven aan de omhulsels van het hogere-zelf. Aan het Goddelijke – dat in ons is – de kracht en de macht geven kunnen om inderdaad de vruchten voort te brengen.

Draagt dan die wonden en draagt dat lijden, wetende dat het is gedaan om in te gaan in het nieuwe leven, het grotere leven waaruit volgt de vele vruchten, die Gij dragen moogt. Want dáárom gaat het toch! Opdat het werk voltooid wordt! Opdat het heelal vervuld zal worden van de glorie en de heerlijkheid, die komen van de erkenning van de Liefde als het wezen van den Vader.

Ja, wij wachten op de wederkomst van Hem, die ons het wezen van God verklaard heeft. Wij bouwen óp aan die wederkomst. Bedenkt dit toch, vrienden, dat Gij en wij samen bouwen aan de wederkomst des Heren. Dát is onze taak. Wij –  die geroepen werden, wij die gevormd en opgeleid worden naar het Goddelijk voorbeeld, wij die ons bewust zijn dat Hij in ons leeft en waarlijk opgestaan is, wij die met Hem het Eeuwige Leven beërfd hebben – wij bouwen aan de wederkomst van Christus, opdat de aarde vol worde van de Heerlijkheid Gods.

Zó is het, zó leven en werken wij. Daarom, op deze dag van herinnering en van herdenking, vervult ons het grootse en heerlijke van het Paasfeest. Met jubel en blijdschap! En het is ons, alsof tot U doordringen moeten, de tonen van de koren der Engelen, die bezingen den lof van Hem, die inderdaad “de laatste vijand teniet gedaan heeft.” Die de volmaker is van het plan van God den Vader en die leeft in ons en dóór ons en die werkt dóór ons en in ons, opdat het plan Gods in vervulling moge gaan.

Vrienden, wij hebben hierover niets meer te zeggen vanavond. Wij zijn slechts vervuld van de dank en van de grootsheid, die God in ons wekt.

Wijzelf en Gij.... wij zijn niets. Wij gaan van stap tot stap Hém achterna. Wij volgen Hem op al Zijn wegen. En het Kruis, dat wij vrijwillig op ons nemen mochten, is ons een lichte last en een lust het na te dragen.

Gij wéét het – wij hebben bij herhaling U dit gezegd en Gij wist het reeds vóór Gij naar onze woorden kwaamt luisteren hier in deze opperkamer, de weg naar Heerlijkheid, de weg naar het Leven gaat door het dal des doods. Maar de vijand werd vernietigd! De laatste vijand teniet gedaan. En daarom is het licht in die vallei.

Zeker, Gij en wij, in ons bestaan, wij kénnen de plaats van geween, wij kennen de plaatsen waar het aankomt op afbreken, op scheiden, op vernietiging van wat het meest-eigene geweest is. Maar wij zien het Licht! Het Licht straalt tegemoet. De wetenschap, de werkelijkheid van het eeuwige Zijn is ons bekend, en trekt en roept ons.

Wij danken God den Vader heden, met U en vele anderen, voor het grote gebeuren; de voltooiing van het plan, zodat het in werking gezet kon worden. En nu haasten wij ons om ùit te werken, ùit te voeren het plan, dat God schiep, het plan van Zijn schepping. Opdat door ons, door onze handen, door ons Zijn het plan in zijn werking voltooid zij. En de aarde vol zij van de Heerlijkheid van den Vader.

Wij danken U. Wij danken U voor de gelegenheid, die wij hier hebben en die wij nu kennen, om tot U te getuigen van het grote beleven, dat ons deel geworden is. Wij danken U voor Uw aandacht niet alleen, maar óók omdat Gij – door onze woorden door te willen geven en te verwerken voor Uzelf en toe te passen waar mogelijk is in Uw Zijn – dat Gij medewerkt met ons in dit werk. Ter verbreiding van de grootsheid en de heerlijkheid van het Koninkrijk.

Bedenkt het vrienden.... het is de weg des Kruises!

Wie gaan wil de ontwikkelingsgang, wie volgen wil de “initiaties” – zo Gij het zo noemen wilt – hij volgt de weg van het graan, dat in de aarde vallen moet en sterven.... om vruchten voort te brengen.

Maar wij kunnen dit doen. Want wij gaan een zekere weg. Hij lééft! Hij is waarlijk opgestaan! Hij lééft-in ons en dóór ons. En in Hem léven wij. En in Hem brengen wij het Koninkrijk tot stand. En de volheid en de heerlijkheid van de glorie van den Vader zal de aarde vervullen.

Amen